Jamais deux sans trois !
Writer • Boris Rodesch
Photography • Michel Verpoorten
Si le tennis belge a le vent en poupe, c’est en partie grâce à l’éclosion de Raphaël Collignon. À 24 ans, celui qui vient de rejoindre Alexander Blockx (36e) et Zizou Bergs (37e) dans le top 50 mondial est l’une des révélations du sport belge. Nous avons profité de son passage en Belgique pour assister à son entraînement avec David Goffin.
Quelques jours après son élimination à Roland Garros, nous avions rendez-vous avec le 43e joueur à l’ATP au club New Tennis de Huy.
Si tu devais nous débriefer ton premier Roland Garros ?
Ça a été un tournoi riche en émotions. En tant que joueur belge, c’est un peu comme si on jouait à la maison. En rejoignant le troisième tour, j’ai fait aussi bien qu’au dernier US Open, où j’avais éliminé l’ancien numéro 2 mondial, le Norvégien Casper Ruud. J’en garde un excellent souvenir, mais jouer à Roland Garros devant tous ces supporters belges, c’était encore autre chose. Mon tableau était ouvert et il y avait un vrai coup à jouer. Malheureusement, je me suis incliné en cinq sets contre l’Italien Arnaldi, qui a atteint les demi-finales. J’étais triste et déçu, mais je ne regrette rien. J’ai tout donné et je suis fier de mon parcours. Au final, ce premier Roland m’a permis de progresser et d’apprendre à mieux gérer la pression propre aux tournois du Grand Chelem.
Un mot sur ta formation ?
J’ai grandi avec une mère psychologue et un père neurochirurgien fanatique de tennis. J’ai commencé à jouer vers 3-4 ans à Liège, au Tennis Club Fayenbois. À 12 ans, j’ai rejoint l’internat du centre de formation de l'Association Francophone de Tennis (AFT) de Mons, où étaient passés avant moi Justine Henin, Steve Darcis ou David Goffin. Si Didier Jacquet était mon coach durant mon enfance, je m’entraîne depuis mes 18 ans avec Steve Darcis, qui est à la tête du team pro de l’AFT.
Quel est ton style de jeu ?
Je suis un joueur assez solide et polyvalent. Mon jeu ne présente pas trop de failles. Je défends bien, je sais attaquer et je peux varier les effets. Je sers très bien et j’aime mettre de l’intensité du fond du court. J’aime aussi diriger les échanges, tout en gardant une certaine marge de sécurité. Même si peu à peu, j’essaie de prendre plus de risques, quitte à faire plus de fautes directes. Physiquement, je bouge très bien, ce qui me permet de ne jamais rien lâcher.
Que pourrais-tu encore améliorer ?
Je dois oser avancer dans le terrain de façon plus naturelle et venir plus souvent conclure les points au filet.
Selon Steve Darcis, tu es encore parfois trop tendre et gentil sur le terrain…
Si la gentillesse est une qualité dans la vie de tous les jours, dans le sport de haut niveau, il faut apprendre à être plus vicieux. C’est un sport qui se joue dans la tête. Tu dois avoir envie de tuer le mec en face de toi. Même si je ne serai jamais un « gros connard » sur le court, je dois devenir un joueur plus méchant.
Qu’est-ce qui t’anime en dehors du tennis ?
J’aime la mode, je participe parfois à des shootings. J’adore suivre tous les sports, le football et le cyclisme en particulier. Si je peux me le permettre, je n’hésite pas à organiser une soirée Champions League avec mes potes, autour d’une mitraillette et d’une petite bière… Sachant que je passe près de 30 semaines sur le circuit, ces échappatoires sont des moments précieux.
Pour conclure, un mot sur l’équipe belge en Coupe Davis ?
Avec trois joueurs dans le top 50 et toute l’expérience de Steve dans cette compétition, on a une très belle équipe. Nous allons tenter de faire aussi bien, voire mieux, que l’an dernier, où nous avions atteint les demi-finales. Mais il faudra d’abord battre l’Autriche en septembre, afin de nous qualifier pour le final 8. Ensuite, soulever le trophée ne sera plus juste un rêve, mais bel et bien un objectif. (NDLR : c’est la première fois depuis 2007 que la Belgique compte trois joueurs dans le top 50 mondial.)
Driemaal is scheepsrecht!
Dat het Belgische tennis in de lift zit, is deels te danken aan de rijzende ster Raphaël Collignon. Na Alexander Blockx (36e) en Zizou Bergs (37e) staat nu ook de 24-jarige speler sinds kort in het rijtje van de 50 beste spelers wereldwijd en is hij een van de opkomende talenten in de Belgische sportwereld. We hebben van zijn bezoek aan België gebruik gemaakt om zijn training met David Goffin bij te wonen.
Enkele dagen na zijn uitschakeling op Roland Garros ontmoeten we de nummer 43 op de ATP-ranglijst bij de New Tennis-club in Hoei.
Hoe zou je je eerste Roland Garros samenvatten?
Het is een toernooi vol emoties geweest. Als Belgische speler was het een beetje alsof we thuis speelden. Met het behalen van de derde ronde heb ik net zo goed gepresteerd als tijdens de afgelopen US Open, waar ik de voormalige nummer twee van de wereld, de Noor Casper Ruud, heb uitgeschakeld. Natuurlijk bewaar ik hier mooie herinneringen aan, maar spelen op Roland Garros voor al die Belgische supporters, dat is toch van een heel ander level. Ik had geluk qua tegenstanders en daarmee goede kansen om ver te gaan. Helaas heb ik in vijf sets verloren van de Italiaan Arnaldi, die de halve finale heeft bereikt. Ik was verdrietig en teleurgesteld, maar ik heb nergens spijt van. Ik heb alles gegeven en ben trots op wat ik tot nu toe heb bereikt. Uiteindelijk heeft mijn eerste Roland Garros me geholpen om vooruitgang te boeken en beter om te gaan met de druk die eigen is aan Grand Slam-toernooien.
Kun je iets vertellen over je opvoeding?
Ik ben opgegroeid met een psychologe als moeder en een neurochirurg als vader die gek op tennis was. Toen ik een jaar of drie, vier was, ben ik met tennis begonnen. Dat was bij de Royal Fayenbois Tennis Club in Luik. Toen ik twaalf was, ging ik naar het internaat van het opleidingscentrum van het AFT (Association Francophone de Tennis) in Bergen, waar eerder ook Justine Henin, Steve Darcis en David Goffin hadden gestudeerd. Hoewel Didier Jacquet mijn coach was in mijn jeugdjaren, train ik sinds mijn achttiende met Steve Darcis, die aan het hoofd staat van het profteam van het AFT.
Wat is jouw speelstijl?
Ik ben een redelijk solide en veelzijdige speler. Mijn spel vertoont niet al te veel zwakke punten. Ik kan goed verdedigen, weet hoe ik moet aanvallen en kan verschillende technieken toepassen. Ik heb een zeer goede opslag en zet graag kracht vanaf de achterlijn van het veld. Ik vind het ook leuk om de leiding te nemen in het overspelen, terwijl ik wel een zekere veiligheidsmarge in acht houd. Maar toch probeer ik beetje bij beetje meer risico’s te nemen, zelfs als dat betekent dat ik meer directe fouten maak. Fysiek gezien ben ik erg beweeglijk, waardoor ik niet snel zal opgeven.
Wat zou je nog kunnen verbeteren?
Ik moet op een natuurlijkere manier het veld in durven gaan en vaker punten pakken bij het net.
Volgens Steve Darcis ben je soms nog steeds te aardig en vriendelijk op het veld …
Hoewel vriendelijkheid in het dagelijks leven een deugd is, moet je in de topsport leren om wat gemener te zijn. Het is een sport die zich in het hoofd afspeelt. Je moet de wil hebben om de speler tegenover je af te maken. Ook al zal ik op het veld nooit een ‘echte klootzak’ worden, zal ik me als speler toch iets harder moeten opstellen.
Wat vind je buiten tennis leuk om te doen?
Ik houd van mode en doe af en toe mee aan fotoshoots. Ik volg heel graag alle sporten, vooral voetbal en wielrennen. Als ik de kans krijg, vind ik het leuk om een Champions League-avond met mijn vrienden te organiseren, met een lekkere ‘mitraillette’ en een biertje erbij … Aangezien ik bijna 30 weken per jaar op het tennisveld doorbreng, zijn deze momenten van ontspanning voor mij van onschatbare waarde.
Kun je tot slot nog even iets over het Belgische team in de Davis Cup vertellen?
Met drie spelers in de top 50 en alle ervaring van Steve in deze competitie, hebben we een heel sterk team. We gaan proberen het net zo goed, of zelfs beter, te doen dan vorig jaar, toen we de halve finale bereikten. Maar eerst moeten we in september Oostenrijk verslaan om ons te kwalificeren voor de laatste acht. Dan zal het in de lucht houden van de trofee niet langer een droom blijven, maar een doel worden. (NVDR: het is voor het eerst sinds 2007 dat België drie spelers in de wereldtop 50 heeft.)
Raphael Collignon
raphael.collignon13